Zomernota 2019

Investeringen

Investeringen

Voor 2020 en verder stellen we voor om de beschikbare investeringsruimte van € 25,3 miljoen volledig in te zetten. De inhoudelijke toelichting op de nieuwe investeringen is opgenomen bij de afzonderlijke Programma's.

We geven hierna eerst een toelichting op de wijze waarop de beschikbare investeringsruimte van € 25,3 mln. is berekend. Daarna geven we bij wijze van samenvatting een overzicht van alle investeringswensen voor de periode 2020 - 2023.

Tot slot stellen we ten aanzien van de lopende investeringen een aantal administratieve wijzigingen voor. In de Stadsrekening 2018 is een uitgebreide toelichting gegeven op de voortgang van lopende investeringen. Ten opzichte van die meldingen zijn er geen grote veranderingen. In de bijlage zijn de belangrijkste ontwikkelingen toegelicht.

Investeringsruimte

We hanteren als uitgangspunt dat de ruimte in de programmabegroting op de kapitaallasten ingezet kan worden voor nieuwe investeringen. Maatgevend is de kapitaallastenruimte  in 2024: voor de kapitaallasten van alle nieuwe investeringen over de periode 2020 tot en met 2023 moet immers vanaf 2024 structurele ruimte beschikbaar zijn.
Om die ruimte voor nieuwe investeringen te kunnen bepalen, hebben we een meerjarige doorrekening gemaakt van het verschil tussen het beschikbare budget voor kapitaallasten en de doorrekening van benodigde kapitaallasten op basis van de beschikbaar gestelde kredieten en in 2018 gerealiseerde investeringen (zie eerste regel in onderstaande tabel).

In de begroting gaan we tot nu uit van een jaarlijks areaaltoename van € 100 miljoen aan niet-woningen. Hiervan wordt de helft gebruikt om de investeringsruimte te vergroten. Omdat in  werkelijkheid de areaaltoename niet in die mate plaats vindt, wordt voorgesteld om deze met € 20 miljoen te verminderen en dit te corrigeren op de investeringsruimte (zie ook de toelichting bij de ontwikkeling van de algemene middelen). In onderstaande tabel is op de tweede regel aangegeven om welke jaarbedragen dit gaat.

De laatste regel laat het verschil zien tussen beschikbaar en benodigd budget en toont in 2019 en 2020 een negatief beeld. Het verschil tussen beschikbaar en benodigd budget ramen we in de Stadsbegroting op een stelpost en wordt pas bij de Zomernota van het desbetreffende jaar als winst of verlies genomen. Voor 2019 melden we nu een overschrijding van € 1,3 miljoen euro op de kapitaallasten.

Kapitaallasten (bedragen * € 1 mln.)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Beschikbaar voor nieuwe investeringen

-1,3

-0,3

0,5

1,1

1,9

3,0

verlaging jaarlijkse  areaal toename NWON met 20 miljoen

-0,2

-0,4

-0,5

-0,9

-1,1

Beschikbaar voor nieuwe investeringen

-1,3

-0,5

0,1

0,6

1,0

1,9

Investeringsruimte * miljoen , bij rentepercentage van

0,8%

32,7

2,5%

25,3

4,0%

21,1

Bij het opstellen van de Stadsbegroting 2019 is de ruimte die vanaf 2023 in de kapitaallasten ontstond volledig ingezet voor nieuwe investeringen over de periode 2019-2022. Die investeringen zijn in de Stadsbegroting verwerkt. Uit de nieuwe doorrekening blijkt nu dat er in 2023 nieuwe ruimte ontstaat. Dat bedrag loopt verder op in 2024 en volgende jaren. Uitgaande van een gemiddelde afschrijvingstermijn van 20 jaar (5% per jaar) en een rentepercentage van 2,5 % komt de investeringsruimte voor de periode 2020-2023 uit op een bedrag van € 25,3 mln. (afschrijving en rente totaliseren tot 7,5%. € 25,3 mln. x 0,075 is € 1,9 mln. Dat bedrag komt overeen met de vrijvallende kapitaallasten vanaf 2024).

De huidige lage rente is met het oog op de toekomst een risico. Omdat het aandeel rente in de kapitaallasten kleiner is geworden, hebben we een hogere investeringsruimte. We lopen het risico dat toekomstige rentestijgingen niet meer op te vangen zijn binnen het beschikbare budget voor kapitaallasten. Omdat we met investeringen kapitaallasten voor langere tijd  vast leggen (tot 40 jaar), zal bij een rentestijging de investeringsruimte kleiner worden. Mogelijk dat er zelfs andere maatregelen genomen moeten worden om binnen de begrotingskaders te blijven.
Om dit risico in te beperken, stellen wij voor om bij de berekening van de beschikbare investeringsruimte een rentepercentage te hanteren van 2,5 %. Bij de berekening van de investeringsruimte van € 25,3 mln. zijn we uitgegaan van dit percentage.

Investeringswensen

In onderstaande tabel zijn alle investeringswensen opgenomen. Het totaal komt uit op € 25,3 miljoen. Een inhoudelijke toelichting op de investeringen vind u terug bij het desbetreffende programma.

bedragen * € 1.000

  2019

  2020

 2021

 2022

 2023

Programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg

Stip, Sociaal Wijkteam en ontmoeten bij  Sporthal+ en
gezondheidsplein Hof van Holland

1.000

Programma Onderwijs

Basisscholen Nijmegen Noord

4.200

-3.000

Uitbreiding niet-doorgedecentraliseerde school

1.750

Aanpassing VZH de Klif

600

Programma Bereikbaarheid

Investeringsprojecten regionaal programma

100

600

600

500

Verkeersveiligheid kruispunten Energieweg

270

Campus Heijendaal en rotondes

500

restant krediet ringstraten (vrijval)

-200

Programma Wonen en stedelijke ontwikkeling

Aanpassen openbare ruimte Vlaams kwartier

100

300

Uitvoeren Valkhofkwartier

2.100

2.100

Bruisende binnenstad (tbv confinanciering)

360

Watersportcentrum

350

Programma Openbare Ruimte

Aanpassing schakelkasten

100

Vervanging groenstructuur oostzijde Mauritssingel

250

250

Compensatie prijsinflatie bulkkredieten OR

105

105

105

105

Groot onderhoud park Brakkenstein

600

600

LED verlichting binnenstad

250

250

Programma Cultuur en Cultureel Erfgoed

Museum het Valkhof 

2.700

Archeologische depot

2.750

Programma Sport

Sport Uitvoering nota buitensport 2e fase:

0

  - Herontwikkeling staddijk tbv Oranje Blauw (vertrek Rugby)

300

  - Verhuizing korfbalver. Keizerstad naar Koudenhoek

1.800

  - Clubhuis en kleedkamers korfbalver. Noviomagnum

1.800

  - Aanleg kunstgrasvelden Noviomagnum en KDC

800

Uitbreiding tennisvelden LLTV Nijmegen-noord

200

Totaal

4.800

7.775

8.515

2.505

1.705

Wijzigingen

We stellen voor het krediet voor 'overige onderwijshuisvesting' samen te voegen met het krediet 'Kwaliteitsimpuls VSO' aangezien het hetzelfde onderwerp betreft. Hiermee ontstaat er een totaalkrediet van € 11,0 miljoen onder de naam Kwaliteitsimpuls VSO.

Voor de renovatie van De Vereeniging is door de Stichting Volksbelang een subsidie toegezegd van € 0,4 mln. De gemeente Nijmegen fungeert hierbij als tussenstation en draagt zorg voor de voorfinanciering van betalingen aan de aannemer die zij achteraf kan declareren bij de Stichting Volksbelang.  We stellen in dat kader voor de lasten en baten van het investeringskrediet te verhogen met € 0,4 mln.

We stellen voor het krediet 'Upgrade Gymzaal Woenderskamp' samen te voegen met het krediet 'Gymzaal Woenderskamp'.

Het project Ringstraten is begin 2019 financieel afgerond. De subsidiedeclaratie is opgesteld. De lasten vallen € 130.000 lager uit en daarmee ook de declarabele subsidie.

Voor de investering aanleg 3D brug ontvangt de gemeente subsidie. Met dit budget wordt het project deels gefinancierd. We passen de begroting aan door zowel de lasten als de baten met € 2 ton op te hogen.

Tot slot stellen we voor het bulkkrediet Bedrijfsinvesteringen en het krediet Gemeentelijke accommodaties aan te passen. We verhogen de lasten en baten vanwege wijziging in het btw-regime.

Deze budgetneutrale wijzigingen van de investeringskredieten hebben we meegenomen in begrotingswijziging BW-01674.

Voor de investeringen in het kader van duurzaamheid was een krediet beschikbaar van € 5,125 mln. De investeringen die we in het kader van duurzaamheid kunnen doen - dat zijn duurzame investeringen die zichzelf over een langere periode terugverdienen -  zijn te hoog ingeschat. We hebben het krediet daarom neerwaarts bijgesteld met € 2,0 mln. (via een ambtelijke begrotingswijziging).

ga terug